Wat is een milieueffectrapportage (MER)?
Een milieueffectrapportage levert de informatie die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij besluiten over plannen en projecten met grote milieugevolgen. De rapportage vermeldt de milieugevolgen van een plan of project en de mogelijke (milieuvriendelijker) alternatieven. Er bestaan milieueffectrapportages op verschillende uitwerkingsniveaus. Op strategisch niveau bestaat het planMER. Daaronder bestaat het besluitMER voor het bestemmingsplan, het dijkverleggingsplan en de ontgrondingsvergunning. Daarnaast kan specifiek soms nog een uitvoeringsMER worden gevraagd. Of een MER noodzakelijk is hangt af van wat men wil gaan doen, wat voor activiteit dus. Daarnaast speelt de omvang van wat men wil doen een rol.
Waarvoor dient een milieueffectrapportage?
Een milieueffectrapportage wordt opgesteld om het bestuur dat een besluit over een ruimtelijk plan moet nemen inzicht te geven in de milieueffecten van het te nemen besluit en effecten van eventuele alternatieven. Vaak is in een milieueffectrapportage ook een meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) opgenomen. In de keuze voor een ruimtelijk plan kan gemotiveerd worden afgeweken van het MMA, omdat er andere argumenten zijn voor een ander keuze (bijvoorbeeld te hoge kosten van een MMA).
Kan tegen een milieueffectrapport bezwaar worden gemaakt?
Tegen een gemaakt planMER zelf is geen rechtstreeks bezwaar of beroep mogelijk. Tegen beslissingen van het bevoegd gezag over de uitvoering van het MER kan over het algemeen ook geen beroep worden aangetekend. Wel kan men de uitkomsten van het MER gebruiken bij het beroep over de besluitvorming. Ook kan in de inspraak- en zienswijzenprocedure gewezen worden op onjuistheden in een milieueffectrapport en de keuze die gemaakt is.
Wat is een planMER?
Een planMER is een strategische milieueffectbeoordeling op het niveau van streekplan, waarbij grootschalige veranderingen worden vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn de uitbreiding van stedelijk gebied voor de bouw van meer dan 2000 woningen, de aanleg van meer dan 100 hectare bedrijventerrein, 175 hectare verandering van bestemming (bijvoorbeeld van agrarisch naar natuurgebied), de aanleg van meer dan 5 km dijk, het vastleggen van het tracé van een autosnelweg of spoorlijn. In het planMER worden vooral milieueffecten van verschillende locatie- of tracéalternatieven beoordeeld.
Wat is een besluitMER?
Een besluitMER is een meer gedetailleerd onderzoek naar de milieueffecten van de toekomstige inrichting voor het bestemmingsplan, dijkverleggingsplan en eventueel de ontgronding. Daarvoor worden onderscheidende inrichtingsvarianten op milieueffecten onderzocht. Voor de bypass en het toekomstig woongebied onderscheiden inrichtingsvarianten zich vooral door te hanteren waterpeilen met effecten voor natuur en binnendijkse kwel.
Wat wordt in een MER onderzocht?
Dit hangt af van wat de specifieke activiteit is, maar in het algemeen wordt milieu in brede zin beoordeeld. Effecten op bodem, water, natuur, veiligheid, onderhoud en beheer, landschap, cultuurhistorie en archeologie, verkeer en vervoer, en ruimtegebruik komen aan de orde en worden onderzocht. In een besluitMER worden deze effecten gedetailleerder onderzocht dan in een planMER. Op basis van het resultaat wordt een meest milieu- vriendelijk alternatief (MMA) opgesteld. Dat is de variant waarbij de effecten op het milieu het minst zijn. Op basis van de milieueffectbepaling bestaat de mogelijkheid tot het opstellen van een voorkeursalternatief (VKA). Naast milieueffecten, kunnen daarbij ook andere overwegingen een rol spelen, bijvoorbeeld kosten.
Welke meest milieuvriendelijke en voorkeursvariant is naar aanleiding van het planMER bepaald voor de bypass Kampen?
In het planMER scoorde een woningbouwlocatie grenzend aan de bypass het beste van de onderzochte alternatieven. Voor de bypass zelf was een open verbinding met het Vossemeer het meest milieuvriendelijke alternatief. Als voorkeursalternatief is hiervan afwijkend een variant met gedeeltelijk in de bypass gelegen woningbouw op terpen gekozen, waardoor meer verschillende woonmilieus ontstaan. Namelijk wonen aan het water achter de dijk en wonen aan het water en in de natuur op terpen. Voor de N23 (Kampen-Dronten) zijn de milieueffecten van verschillende tracévarianten onderzocht. Hieruit is een tracé ter plaatse van de huidige weg bij Roggebot als meest milieuvriendelijk gebleken.
Welke meest milieuvriendelijke en voorkeursvariant is naar aanleiding van het besluitMER bepaald?
In het besluitMER is het meest milieuvriendelijke alternatief opgebouwd uit twee varianten namelijk één waarbij de natuurontwikkeling het grootst is en één waarbij de milieueffecten zoveel mogelijk worden beperkt. In het voorkeursalternatief is woningbouw grotendeels geconcentreerd op een klimaatdijk en heeft een binnendijks recreatiemeer een vast stedelijk waterpeil. De bypass staat in open verbinding met het Vossemeer. De peildynamiek veroorzaakt grote verschillen in waterstanden. Kleibekleding in de vaargeul beperkt kwel. Die wordt verder door aanpassingen in het watersysteem afgevangen. Flora en fauna-uitwisseling met de IJssel is mogelijk door een permanente verbinding tussen bypass en de IJssel. In de bypass ligt het accent ten zuiden van de vaargeul op de natuurontwikkeling. Ten noorden van de vaargeul zijn mogelijkheden voor recreatief medegebruik (struinen, wandelen, fietsen, aanmeren e.d.).
Wat zijn de belangrijkste veranderingen ten opzichte van het Masterplan n.a.v. de milieueffect-rapportages?
De belangrijkste veranderingen zijn:
· Het woongebied tussen Hanzelijn en Flevoweg is geschrapt.
· Een woongebied aan de bypass is grotendeels geconcentreerd op een klimaatdijk, met een binnendijks meer met eigen peil.
· Het bedrijventerrein ten noorden van de Flevoweg is geschrapt.
· Een blauwe bypass staat in open verbinding met het Vossemeer.
· In de Onderdijkse Waard wordt een flora- en faunapassage en een nevengeul aangelegd tussen de IJssel en de sluis in de IJsseldijk.
· In de bypass is de ruimte ten zuiden van de vaargeul geheel bestemd voor natuur.
· Het tracé voor de toekomstige oeververbinding voor lokaal verkeer ligt ten zuiden van de N23.
Waarom is de blauwe bypass de voorkeursvariant en niet de groene?
De blauwe bypass in open verbinding met het Vossemeer heeft vanuit milieuperspectief als belangrijkste voordeel dat het waterpeil onderhevig is aan grote schommelingen door opwaaiing in het Vossemeer. Daardoor kan een grotere variatie in natuur ontstaan. Deze variant biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van ondermeer slikken, zandplaten, diverse rietsoorten, ooibos, moeras en natte graslanden. In de inrichtingsvarianten van een groene bypass is het grondwaterpeil in de bypass circa 0,7 m lager dan dat van het Vossemeer. Daardoor kan zich minder oppervlak aan specifieke rivierdeltanatuur ontwikkelen.